In Seraing gaat de elektriciteitscentrale van staalbedrijf Cockerill tegen de vlakte. Nochtans was hij bij zijn opening in 1901 een van de eerste centrales waar hoogovengas werd gebruikt om gasmotoren aan te drijven.
Bezienswaardigheden in Luik
De provincie Luik als van oudsher een komen en gaan van ijzerfabrikanten, steenkoolmijnen, machinebouwers en wapenfabrikanten. Hun passage heeft terrils, spoorwegen en hoogovens achtergelaten in het landschap.
Het boek 'John Cockerill. Keizer van de industriële revolutie' vertelt het verhaal over het leven en werk van de industrieel John Cockerill. Zijn ambities waren dan ook groot. Héél groot. Hij introduceerde stoommachines, hoogovens, spoorstaven en treinen. Zo joeg hij België en bij uitbreiding het hele continent de industriële revolutie in.
De graftombe van de familie Cockerill op het kerkhof van Spa vervalt in het niets bij het monument dat een eeuw lang het familiegraf sierde.
Twee terrils met een gezamenlijke oppervlakte van 40 hectare zijn zowat de enige sporen die de steenkoolmijn van Gosson-Kessales heeft achtergelaten in het Luikse landschap.
Dwars door de rotspartij waarop de kasteelruïne van de graven van Dalhem rust, werd begin twintigste eeuw een ruim 140 meter lange tunnel uitgegraven voor de aanleg van buurtspoorweg 466 tussen Luik en 's-Gravenvoeren.
Anderhalve eeuw geleden waren het geen Russische soldaten, maar Belgische ingenieurs en industriëlen die Oekraïne overspoelden. In de tweede helft van de negentiende eeuw werden in het Donetsbekken in het toenmalige zuiden van Rusland namelijk rijke steenkooladers aangeboord.
John Cockerill (en de rest van zijn familie) joegen België, Nederland, Pruisen en Frankrijk begin 19e eeuw het tijdperk van de industriële revolutie in. In het straatbeeld van Seraing en Brussel duiken nog verschillende beelden op die de 'vader van de arbeiders' eert.
De geïmproviseerde parkeerplaats en afvalberg aan Rue Mabotte in Jemeppe-sur-Meuse doen niet meteen vermoeden dat er op deze plaats exact driehonderd jaar geleden geschiedenis werd geschreven.
De voormalige spoorlijn 39 stort zich vanaf het station van Welkenraedt door valleien en zinkmijnen tot aan het Drielandenpunt.
De broers Charles James en John Cockerill vingen in 1825 een concessie van de Nederlandse koning Willem I om in Plombières op zoek te gaan naar looderts.
Een betonnen ventilatietoren te midden van een weide is het enige wat de aanwezigheid van het fort de Boncelles verklapt in Seraing.
Met zijn 17 aan elkaar geknoopte bunkers werd het fort van Eben-Emael als oninneembaar beschouwd. Of zo dacht het Belgisch leger er toch over.
Vrijwilligers van History Park hebben zich ontfermd over een unieke verzameling treinwagons nabij het Drielandenpunt.
Drie omgebouwde goederenwagons van de Belgische Spoorwegen stonden jarenlang op een zijspoor geparkeerd in een uithoek van het land.