Nochtans hield de Duitse bezetter bij het begin van de Eerste Wereldoorlog nog de voet op de rem. Fabrieken werden hooguit opgevorderd en door Duitsers geleid. Maar vanaf 1917 werd de dienst voor Rohstoff- und Maschinenverteilungsstelle opgericht. Duitse troepen kregen voortaan carte blanche om industriële complexen eerst leeg te roven en vervolgens te vernietigen.
Machines, spoorstaven, stalen elementen en hele werkplaatsen werden uit elkaar gehaald en per trein naar Duitsland afgevoerd om daar te hergebruiken in de (oorlogs)industrie. Een versteende getuige van die plundertochten vind je vandaag nog altijd in de rand van de Duitse hoofdstad Berlijn.
Kabels voor elektriciteit en telefonie
Daar werd de zogenoemde Belgienhalle opgetrokken door Siemens' architect Hans Hertlein. Met de bouw van een nieuwe kabelfabriek in de vestiging van Gartenfeld wilde Siemens inspelen op de groeiende markt van elektrische stroom en communicatietechnologie.
Voor de centrale hal van het complex liet Hertlein zijn oog vallen op het stalen geraamte van een uitgeklede werkplaats in de Noord-Franse stad Valenciennes. In 1917 werd het karkas uit elkaar gehaald, op wagons geladen en bijna duizend kilometer verderop uitgeladen in Berlijn.
Frans bouwpakket