Hoogoven A in Belval

Usine de Belval

Het eerste Europese staal

De hoogovens van Belval in Esch-sur-Alzette zijn de laatste relicten van de staalindustrie in het Groothertogdom Luxemburg. In 1997 werd de staalfabriek voorgoed stilgelegd om enkele jaren later als een feniks uit zijn as te herrijzen.

23 augustus 2022

Delen op Facebook Delen op Twitter

De Gelsenkirchener Bergwerks uit het Duitse Essen richtte de ultramoderne staalfabriek in 1907 op in een buitenwijk van het Luxemburgse Esch-sur-Alzette. Na de Eerste Wereldoorlog kwam de fabriek in handen van de Société Métallurgique des Terres-Rouges en werd ze omgedoopt tot Usine de Belval.

Europees staal

In 1951 riepen Frankrijk, West-Duitsland, Italië en de Benelux de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) in het leven, een voorloper van de Europese Unie. Doel was de productie van kolen en staal onder een gemeenschappelijke autoriteit te plaatsen én een nieuwe, vierde oorlog tussen de gezworen aartsvijanden Frankrijk en Duitsland te verhinderen. 

Aan de vooravond van de openstelling van de gemeenschappelijke markt voor staal, draafde Jean Monnet, de voorzitter van de EGKS, op 30 april 1953 in Belval op om er het gieten van de eerste symbolische portie 'Europees' staal bij te wonen.

Modernisering

Vanaf de jaren 1965, een periode van hoogconjunctuur, werd Belval in het nieuw gestoken. De zes vooroorlogse hoogovens ruimden plaats voor drie nieuwkomers: hoogoven A, B en C. Tegen de tijd dat de laatste hoogoven C werd ontstoken, was het vet van de soep. De bouw van een vierde hoogoven werd geschrapt en sinds eind jaren tachtig werd de ene na de andere hoogoven uitgeblazen. De fabriek sloot voorgoed de deuren in 1997.

Chinese verhuis

De lege sokkel van hoogoven C verzinnebeeldt een ommekeer in het Europese staallandschap: de verschuiving van staalproductie richting Azië. In de zomer van 1996 demonteerden tweehonderd Chinese ingenieurs namelijk de hoogoven en zetten hem op een boot richting de Chinese provincie Yunnan. Het betonnen fundament is het enige wat herinnert aan de derde hoogoven van Belval.

Nieuwe stadswijk

De oude staalfabriek stond een eeuw na zijn oprichting opnieuw in de steigers. Rond de cowpers, ertsbunkers en schoorstenen werd de nieuwe stadswijk Belval ontworpen. Belval herbergt vandaag een van de drie campussen van de Université du Luxembourg, twee treinstations, concertzalen, een bioscoop, woningen en winkels.

De blikvangers blijven de silhouetten van de twee hoogovens. Tussen april en oktober kan je hoogoven A trouwens beklimmen tot een hoogte van veertig meter en kom je onder meer de machinekamer tegen.

De twee hoogovens werden weliswaar ingesmeerd met een dikke laag vernis waardoor ze er - zoals de krant Le Soir opmerkt - wel heel gelikt uitzien, maar ze zijn tenminste niet verkocht als oud ijzer, dat ik ook al iets.

Tussen de nieuwbouw vind je nog sporen van de cowpertorens (om hete lucht in de ovens te blazen), de gastoorts, de opslagplaats voor ertsen en cokes, het directiegebouw, de badzaal en de reusachtige Halle des Soufflantes waar gas werd omgezet in stroom.

Delen op Facebook Delen op Twitter